Grote internationale faillissementen leiden in Nederland vaak tot onzekerheid voor schuldeisers en slepende juridische procedures, die eigenlijk niet nodig zijn. Dat is het gevolg van verouderde faillissementswetgeving, waarmee Nederland fors achterloopt op het buitenland. Buitenlandse rechters kunnen wat hun Nederlandse collega’s niet kunnen: snel besluiten om het faillissement op één plek in de wereld te laten afhandelen.
Dat zeggen deskundigen op het gebied van internationaal faillissementsrecht. Zij voegen eraan toe dat de verouderde wetgeving niet goed is voor het Nederlandse vestigingsklimaat.


Oi Brasil

Jasper Berkenbosch, advocaat bij het Amsterdamse kantoor van Jones Day, heeft als curator in het faillissement van het Braziliaanse telecombedrijf Oi Brasil directe ervaring met wat hij ‘het gat’ in de Nederlandse faillissementswet noemt.

Oi heeft in juni 2016 uitstel van betaling aangevraagd. De totale schuld van de ‘Braziliaanse KPN' bedroeg € 18 mrd. Het bestuur van Oi heeft geprobeerd om voor alle onderdelen van het bedrijf centraal een saneringsakkoord te sluiten met de schuldeisers. Maar voor twee Nederlandse financieringsmaatschappijen, die € 6 mrd hadden opgehaald en doorgeleend naar de Braziliaanse moeder, lukte dat niet.

De schuldeisers van de Nederlandse financieringsmaatschappijen startten een aparte procedure in Nederland, waarin Berkenbosch de curator was. Het Braziliaanse bestuur kon daar weinig tegen doen. ‘Het probleem is dat er in Nederland geen mogelijkheid is om bij de rechter erkenning te vragen van een buitenlandse faillissementsprocedure, waardoor er onduidelijkheid ontstaat’ zegt Berkenbosch.


Tien jaar procederen

In andere landen, zoals de VS, Groot-Brittannië en Duitsland kan dat wel: de rechter toetst waar de zaak het beste behandeld kan worden. Dat gebeurt in een spoedprocedure, zodat alle betrokkenen binnen enkele maanden weten waar ze aan toe zijn.

Begin dit jaar bereikte Oi in Brazilië een overeenkomst met de schuldeisers en kon het faillissement daar beëindigd worden. In Nederland heeft het nog tot half juni geduurd. De Nederlandse procedure, die onder andere naar New York voerde, liep twee jaar en kostte tientallen miljoenen euro's aan advocaten.

Een ander voorbeeld is de slepende strijd rond Yukos Finance, een Nederlandse financieringsmaatschappij van de Russische oliemaatschappij, die in 2006 failliet is gegaan. Er wordt al ruim tien jaar geprocedeerd in Nederland over de vraag of de Russische curator wel of niet erkend kan worden. 'Met moderne wetgeving was die vraag al veel eerder beantwoord', zegt Michaël Veder, hoogleraar recht aan de Radboud Universiteit.


14.000 financieringsmaatschappijen

De verouderde wetgeving knelt des te meer omdat er in Nederland zo'n 14.000 financieringsmaatschappijen zijn gevestigd. Grote internationale faillissementen hebben dus vaak een Nederlandse vertakking. Berkenbosch vreest dat internationale bedrijven om deze reden Nederland zullen gaan mijden. ‘Bij het optuigen van een groepsstructuur kijken bedrijven niet alleen naar fiscaliteit, maar ook naar juridische zaken zoals de faillissementswetgeving.'

De urgentie van het probleem wordt nog veel groter met de brexit. Het ontbreken van een erkenningsmechanisme geldt nu alleen voor faillissementen buiten de EU. Veder: 'Britse procedures worden nu nog erkend. Straks niet. Problematisch als het om de tweede handelspartner van Nederland gaat.'

Het dichten van het gat is in principe niet moeilijk. Er zijn voldoende internationale voorbeelden. Bovendien heeft Nederland zelf ook al eens een aanloop genomen met een voorstel voor een nieuwe faillissementswet uit 2007. Dat voorstel belandde echter in een la van het ministerie van Justitie. Sindsdien hebben andere onderdelen van de faillissementswetgeving prioriteit. 'Onterecht', vindt Berkenbosch. 'Dit moet opgepakt worden. We willen een modern rechtstelsel in Nederland.'        
  • 9 July 2018
  • FD