Het doorstarten na een faillissement wordt een stuk makkelijker nu de Tweede Kamer dinsdag de Wet continuïteit ondernemingen heeft aangenomen. De nieuwe faillissementswet van minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur zorgt voor een verankering van de zogeheten pre-pack. Hierdoor kan een 'stille curator' worden aangesteld ter voorbereiding van een faillissement of een mogelijke voortzetting in afgeslankte vorm.

 
Voordat het faillissement daadwerkelijk wordt uitgesproken kan de stille curator nu eerst twee weken in rust onderzoeken of een doorstart enige kans van slagen heeft. De bank mag dan geen beslag leggen op alle activa en de betalingsverplichtingen worden voldaan.

Tot op heden oordelen rechtbanken nog verschillend over het toelaten van een stille bewindvoerder om een pre-pack op te tuigen. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat bij ondernemingen die de benodigde tijd en rust werden gegund 64% van de werkgelegenheid behouden bleef en meer schuldeisers hun geld terugzagen.

Meer zicht op voorbereiding
Twee amendementen op het wetsvoorstel kregen dinsdag steun van een meerderheid in de Tweede Kamer. Allereerst krijgen werknemers meer zicht op de voorbereiding van een faillissement door de curator. PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt wil daarmee voorkomen dat een flitsfaillissement wordt misbruikt om snel van overtollig personeel af te komen en daarna een doorstart te maken. Op voorwaarde van geheimhouding krijgt de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging voortaan daarom net zoveel informatie als de schuldeisers.

Aanleiding voor deze wetsaanpassing is de kritiek in de afgelopen jaren op verschillende bedrijven die na hun ondergang opnieuw begonnen met minder of goedkoper personeel. Voorbeelden zijn Perry Sport en Scapino. Ook de flitsfaillissementen bij drogisterijketen DA en de kinderdagverblijven van Estro leidden tot maatschappelijke verontwaardiging.

Een tweede amendement van VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden zorgt ervoor dat ondernemers evenmin geheel kunnen worden uitgesloten van de stille voorbereiding van een faillissement. Zo kunnen eigenaren van de onderneming betrokken worden bij de aanwijzing van de beoogde curator als zij dat wensen. Ook mag een moedermaatschappij die garant staat voor de betalingsverplichtingen van een dochterbedrijf het recht op betrokkenheid bij het onderzoek naar een doorstart niet worden ontzegd. Ondernemers en investeerders houden de statutaire vrijheid om dat zelf te regelen.
  • 13 October 2017
  • BVCM
  • FD